Abd-al-Rahman en de Egyptische tempel van Debod
In het jaar 750 na Christus kon een jonge Omajjade-prins ontsnappen aan de gruwelijke moord op zijn familie door de Abassiden en nadat hij heel Noord-Afrika doorkruist had in een buitengewone reis om aan zijn achtervolgers te ontsnappen, kwam hij 5 jaar later aan in het uiterste westen van het moslimgrondgebied, het oude Iberia van de Romeinen, dat net herdoopt was to Al-Andalus in het Arabisch.

Zijn naam was Abd-al-Rahman en hij was een neefje van de latste kalief van de Omajjaden, waardoor hij beschouwd werd als een van de meest nobelen der Arabiërs – de laatste erfgenaam van de woestijnstrijders die bevriend waren geweest met de Profeet zelf. Nu dat zijn hele familie uitgemoord was door een nieuwe dynastie die korte metten wou maken met het verleden, hadden ze ook de magnifieke stad Damascus an de kant gecshoven en de hoofdstad van de islamwereld verschoven naar Bagdad, een formidabele nieuwe stad gebouwd langs de oevers van de Tigris.
Abd-al-Rahmans moeder was Berbers en daardoor kon hij een politiek ambt uitoefenen in Al-Andalus en daar een trouwe stoet volgelingen opbouwen van Syriërs en Berbers om de nieuwe gouverneur van de provincie te worden en uiteindelijk zelfs tot emir uitgeroepen te worden door de Abassiden. Die laatsten waren blij dat hij politiek onderworpen was aan hen, en veroordeeld om levenslang aan het andere eind van de wereld te verblijven (in die tijd strekte het rijk van de Abassiden zich uit tot in het verre China).
In Al -Andalus was Abd-al-Rahman er zich van bewust dat hij niet eeuwig zou leven (hij stierf pas 40 jaar later) en dat hij ver van zijn geliefde Damascus zou sterven. Daarom wijdde hij een groot deel van zijn leven aan de bouw van een serie paleizen, tuinen en tempels die hij zich herinnerde. De toren van de Mezquita in Córdoba is zelfs niet helemaal naar Mekka gericht maar eerder naar Damascus. Op deze manier kon hij zich toch verzoenen met alles wat hij achtergelaten had. Hij bouwde ook een nieuwe versie in Córdoba van de stad Rusafa, die een vakantieoord was voor de Omajjaden ten zuiden van de Eufraat en waar de meeste Omajjaden ook het leven lieten.
Abd-al-Rahman voelde zich al even erg dichter als Arabiër en in zijn botanische tuinen kon hij zich gemakkelijk terugtrekken om te schrijven. Toen hij zijn dood voelde naderen, schreef hij een prachtig gedicht voor een palmboom omdat hij zich ermee verbonden voelde, aangzien ze alletwee bannelingen waren en ver van hun familie, zonder mogelijkheid om terug te keren naar hun natuurlijke habitat.
Omgeven door palmbomen en niet echt in haar natuurlijke habitat, staat ook de Tempel van Debod (Tuinen van de Tempel van Debod), overgebracht als een mooie bloem uit het verre oosten als beloning voor de steun van de Spaanse regering bij het redden van de Tempels van Nubia die op het punt stonden te verdwijnen vanwege de bouw van de dam in de Asuanvallei.
Paul Oilzum
De tempel van Debod is gewijd aan Isis en meer dan tweeduizend jaar oud. Het is de grootste en best bewaarde tempel buiten Egypte. Ga er lekker zonnebaden wanneer je pensions in Madrid huurt en ontdek dat er geen betere plaats is in Madrid om je te bevinden wanneer de schemering valt.
Vertaald door: chica
Contact met mij op












